ontwerpend leren

in de klas

 
 
 

Bepaal je richting

Ontdek alles over de ontwerpvaardigheid: bepaal je richting. Eén van de zeven belangrijke vaardigheden die je ontwikkelt als je ontwerpt.

WAT BETEKENT JE RICHTING BEPALEN?
Bij ontwerpen is het belangrijk om richting te bepalen door overzicht te creëren, het belangrijkste te zien en je eigen mening te vormen. Dat doe je zo: orden ideeën en informatie en maak er één geheel van. Geef jezelf en anderen op deze manier overzicht. Leer zien wat het belangrijkste is en vorm je eigen mening over het probleem en over de oplossingen. Dat helpt bij richting bepalen en keuzes maken. Wil je kinderen uitleggen wat deze ontwerpvaardigheid inhoudt? Download hier een beschrijving van ‘bepaal je richting’ speciaal geschikt voor kinderen.

WAAROM JE RICHTING BEPALEN?
Het allerbelangrijkste bij ontwerpen is misschien wel dat je alle kanten op denkt. Richting bepalen gaat hand in hand met alle kanten op denken en is daarom ook belangrijk. Enerzijds is het van belang om niet te vroeg richting te bepalen, zodat je de kans vergroot om goede en originele ideeën te verzinnen. Anderzijds moet je op een gegeven moment wel richting bepalen, om te zorgen dat je niet blijft zwemmen in al je ideeën.

Van tevoren bedenken waar je ontwerp aan moet voldoen (eis) en mag voldoen (wens) helpt enorm bij het bepalen van richting. Deze oefening helpt je ontdekken waarover je eisen en wensen kunt bedenken. Maak een tijdlijn. Dat doe je zo: teken een lange lijn. Verdeel de lijn in stukken, door streepjes te zetten. Kies een voorwerp, bijvoorbeeld een potlood. Teken en schrijf op de tijdlijn hoe het ‘leven’ van een potlood eruit ziet; van vroeger (links op de lijn) tot nu (rechts op de lijn). Denk aan: de grondstoffen verzamelen, maken in de fabriek, vervoeren naar de winkel, kopen in de winkel, mee schrijven, weggooien. Tip! Als je hierna eisen en wensen gaat verzinnen, zal je zien dat er meer én meer verschillende worden bedacht. 

WAT HELPT OM RICHTING TE BEPALEN?

  1. Verzin eisen en wensen. Bedenk voor je gaat ontwerpen waar je ontwerp aan moet voldoen (eis) en mag voldoen (wens). Je kunt de eisen en wensen gebruiken om te zien welke informatie je nog kan verzamelen. Na het verzinnen van ideeën kun je de eisen en wensen gebruiken om te kijken welke oplossingen het best zijn.
  2. Zoek naar de achterliggende behoefte. Zoek naar de vraag achter de vraag. Vraag jezelf telkens af: “Waarom willen we dat?”. Dat helpt je onder andere om tot de beste ontwerpvraag te komen.
  3. Oefen met mening vormen. Kies een stelling bij het Jeugdjournaal. Bedenk waarom je het met deze stelling eens bent. Bedenk ook waarom je het met deze stelling oneens bent.  
  4. Maak een overzicht om te vergelijken. Teken een grote plus. Schrijf links van de horizontale lijn ‘niet origineel’ en rechts ervan ‘origineel’. Schrijf onderaan de verticale lijn ‘niet haalbaar’ en bovenaan ‘haalbaar’. Verdeel de ideeën over de vier vakken. Een idee dat origineel én haalbaar is komt rechtsboven. Dit kan ook goed met verzamelde informatie.
  5. Cluster. Verzamel informatie of ideeën op post-its. Op post-its werken, is superhandig voor clusteren! Verdeel de post-its in groepen. Dat doe je zo: zoek informatie die bij elkaar hoort, bijvoorbeeld omdat de informatie over hetzelfde onderwerp gaat of omdat de informatie iets over dezelfde groep mensen zegt. Plak die post-its bij elkaar. Teken met stift een cirkel om dit cluster van post-its en geef het cluster een naam.
  6. Oefen met kiezen uit veel ideeën. Handig als je met de hele klas ideeën hebt verzonnen. Geef elk kind drie (stippen)stickers. Deze mogen de kinderen plakken bij hun favoriete ideeën. Eén stip bij één idee. Maximaal één stip op een eigen idee. Deze werkvorm kun je ook gebruiken om de belangrijkste informatie te selecteren.
  7. Oefen met samen kiezen. Handig als je in een team werkt en je uit een paar ideeën moet kiezen. Laat – net als bij steen, papier, schaar – twee keer je vuist zien en steek daarna een aantal vingers op. Van één vinger voor ‘ik ben niet voor dit idee, maar ik zal me schikken als de groep zo beslist’, tot vijf vingers voor ‘ik vind dit het allerbeste idee’. 

HOE OEFEN JE RICHTING BEPALEN?

  • Oefen met mening vormen. Kies een voorwerp uit de klas, bijvoorbeeld een stoel of een vulpen. Laat de kinderen samenwerken in tweetallen. Eén kind krijgt de rol van ‘engel’ en benoemt alle sterke kanten en voordelen van het voorwerp. Eén kind krijgt de rol van ‘duivel’ en benoemt alle zwakke kanten en verbeterpunten van het voorwerp. Lees hier meer over deze werkvorm. 
  • Oefen met overzicht creëren. Dat kun je natuurlijk heel goed oefenen door een laatje of door de klas op te laten ruimen 😉 Oefen met herkennen en begrijpen wat bij elkaar hoort. Kun je categorieën maken? Orden spullen en zorg dat deze op een duidelijke manier bij elkaar kunnen liggen. Kun je met tekst of iconen duidelijk maken wat waar hoort?
  • Oefen met het belangrijkste zien. Kies een voorwerp uit de klas, bijvoorbeeld een bordliniaal. Laat alle kinderen op een eigen briefje de volgende zin afmaken: ‘Een bordliniaal moet …’. Op de puntjes vullen ze een eis in; wat het voorwerp moet kunnen of waar het voorwerp aan moet voldoen. Denk aan: een bordliniaal moet een handgreep hebben, een bordliniaal moet centimeters laten zien, enzovoort. Laat de kinderen rondlopen en een maatje zoeken. Samen bepalen de maatjes welk van de twee eisen het belangrijkst is. Dat briefje krijgt een streepje. Daarna zoeken de kinderen een ander maatje. Bespreek het resultaat klassikaal: welke eis heeft de meeste streepjes en welke de minste?

MEER ONTWERPVAARDIGHEDEN?
Bestel hier de kaartenset Ontwerpen in Beeld met alle ontwerpvaardigheden én meer werkvormen om de ontwerpvaardigheden te ontwikkelen.