ontwerpend leren

in de klas

 
 
 

Deel ideeën

Ontwerpvaardigheid uitgelicht! In deze rubriek zullen we alle zeven belangrijke vaardigheden uitdiepen, die kinderen ontwikkelen als ze ontwerpen. Vandaag: deel ideeën.

WAT BETEKENT IDEEËN DELEN?
Ideeën delen betekent dat je jouw ideeën met anderen deelt. Zo kunnen anderen feedback geven op je ideeën. Ze mogen verder werken aan jouw idee, het veranderen of erop doordenken. Andersom sta jij open voor ideeën van anderen. Je probeert ze goed te begrijpen, hebt oog voor de sterke kanten en  kunt eraan verder werken. Je bedenkt nieuwe ideeën gebaseerd op een idee van iemand anders. Zo worden ideeën gemixt, gehusseld, verspreid en verbeterd. Wil je kinderen uitleggen wat deze ontwerpvaardigheid inhoudt? Download hier een beschrijving van ‘deel ideeën’ speciaal geschikt voor kinderen.

WAAROM IDEEËN DELEN?
Bij ontwerpen is het belangrijk om je ideeën los te kunnen laten, zodat anderen ze gebruiken en erop doorgaan. Zélf werk je ook door aan ideeën van anderen. Ideeën deel je zoveel mogelijk. Binnen je ontwerpteam én erbuiten. Je vraagt feedback en gebruikt deze om ideeën nóg beter te maken. Door samen aan ideeën te werken worden ze beter. Samen denk je meer verschillende kanten op en hou je meer rekening met verschillende gebruikers. Daarbij heb je samen meer kennis en vaardigheden dan alleen. Voor veel kinderen (en volwassenen) is dit best een stapje buiten de comfortzone. Gelukkig kun je het goed oefenen en wordt ideeën delen veel makkelijker en leuker als je het vaak doet en de voordelen gaat zien. 

Ontwerpteams met veel diversiteit bedenken betere oplossingen. Zo’n team heeft meer verschillende vaardigheden in huis, kan met meer verschillende invalshoeken rekening houden en meer verschillende kanten op denken. 

Doe de volgende oefening. Laat elk kind een aantal sterke punten en een aantal leerpunten van zichzelf opschrijven. Geef de kinderen vervolgens de opdracht om teams van vier kinderen samen te stellen, waarbij de kinderen in elk team elkaar zo goed mogelijk aanvullen. Laat de kinderen proberen om anderen te zoeken die hen aanvullen. Vinden ze iemand die goed is in een leerpunt dat zij hebben? Kunnen zij een sterk punt inzetten bij een leerpunt van een ander? Bespreek met elkaar na welke teams er gemaakt zijn. Zijn dit teams die normaal ook gevormd zouden worden? Wat zijn de voordelen van deze teams? Waar moet je extra op letten in dit team? Wie weet kunnen jullie in de volgende ontwerples in deze teams werken!

WAT HELPT OM IDEEËN TE DELEN?

  1. Ideeën zijn van iedereen. Een idee bedenken op basis van een idee van een ander is bij ontwerpen dus prima. Het is geen jatten. Als je ideeën gaat verzinnen kun je dit extra stimuleren door gebruik te maken van werkvormen zoals Vakjesvel, Doorgeefmindmap en Mix & Match. Hierin zit het doorgaan op ideeën van anderen ingebakken.
  2. Geef complimenten aan elkaar. Vooral complimenten over de ideeën die iedereen bedenkt. Dat helpt je om open te staan voor ideeën van anderen en zorgt voor een fijne, positieve sfeer tijdens het ideeën bedenken.
  3. Verdeel rollen. Geef de kinderen in een ontwerpteam een eigen rol tijdens het ideeën verzinnen of uitwerken. De één gaat ideeën van anderen gebruiken, een anderen gaat complimenten aan anderen geven. Dat helpt voor alle kanten op denken en ideeën delen.
  4. Doe samenwerk-energizers. Dat vergroot het onderling vertrouwen en zorgt dat kinderen meer openstaan voor elkaar. Zet ze voorafgaand aan het ideeën verzinnen of als afwisseling tijdens het ontwerpproces in. Bijvoorbeeld Gordiaanse knoop. In deze blog worden er nog twee beschreven: Op een lijn en Stap naar voren.
  5. Deel tussenresultaten. Zo kun je inspiratie vinden bij elkaar. Het helpt ook om te zien dat ideeën nog niet perfect uitgewerkt hoeven te zijn om te kunnen delen. Handige werkvormen om tussenresultaten te delen zijn Teamuitwisseling en Teams op tournee. Ook handig voor het geven en ontvangen van tips en tops.
  6. Zet coöperatieve werkvormen in. Hierin werk je aan een gezamenlijk resultaat of antwoord waar je allemaal aan bijdraagt. Dan moet je je ideeën wel delen! Gebruik bijvoorbeeld Wandel en wissel uit, Placemat of Expertteams.

HOE OEFEN JE IDEEËN DELEN?

  • Oefen met ideeën loslaten. Kinderen zitten in teams van 3-5 kinderen aan een tafel. Elk kind begint op een groot vel papier een verhaal, een tekening of een mindmap. Dat kan allemaal over hetzelfde onderwerp gaan, maar dat hoeft niet. Na enige tijd schuift iedereen zijn vel door naar links en gaat elk kind door met het verhaal, de tekening of de mindmap van zijn buur. Dit herhaal je tot elk kind zijn eigen vel weer voor zich heeft.
  • Oefen met ideeën van anderen begrijpen en waarderen. Vorm tweetallen en laat het ene kind in elk tweetal zijn idee (of werk, verhaal, mening) vertellen aan het andere kind. De ander kan vragen stellen. Daarna wissel je de rollen om. Vraag vervolgens een aantal kinderen om het idee van de ander aan de klas te vertellen. Laat ze echt hun best doen om het idee van de ander te ‘verkopen’ en te vertellen wat er zo goed aan is.
  • Oefen met ideeën van anderen gebruiken. Gebruik een eigen ontwerpvraag of kies één van de volgende: Hoe kun je meer bewegen op school? Hoe kun je thuis meer lezen? Hoe kun je zichtbaar zijn in het verkeer? Maak ontwerpteams van 3 tot 5 kinderen. Alle kinderen krijgen 3 vellen papier. Laat elk kind twee ideeën verzinnen: één idee op één vel papier. Dan geeft iedereen één idee door naar links en één idee naar rechts. Elk kind gaat nu de twee ideeën, die ze hebben gekregen, combineren tot een nieuw idee. Dat nieuwe idee – met elementen van beide ideeën – tekenen en schrijven ze op het derde lege vel papier. Vraag tot slot of de kinderen om de beurt hun gecombineerde idee aan de rest van hun team uitleggen.  

 

MEER ONTWERPVAARDIGHEDEN?
Bestel hier de kaartenset Ontwerpen in Beeld met alle ontwerpvaardigheden én meer werkvormen om de ontwerpvaardigheden te ontwikkelen.