ontwerpend leren

in de klas

 
 
 

Weer naar school

Kinderen hebben de afgelopen tijd bijzondere ervaringen opgedaan die per gezin verschillen. Ondanks al die verschillen is één ding belangrijk voor alle kinderen: dat er aandacht is voor wat ze meemaken en dat ze zich gezien en gewaardeerd voelen.

Sommige kinderen zullen blij zijn dat ze weer naar school mogen, anderen hebben school niet gemist. Sommigen kennen iemand die ziek is geweest, misschien zijn sommigen iemand verloren. Er zijn kinderen jarig geweest en velen hebben hun vrienden gemist. Sommige kinderen hebben veel vragen, anderen willen het liefst gewoon lekker aan het werk.

TIPS VOOR GOEDE STARTACTIVITEITEN

Het is belangrijk om kinderen ruimte te geven om hun ervaringen te delen. Dit kan in klassikaal gesprek, maar het is vaak prettiger en minder beladen om dit in kleine, informele gesprekjes te doen. We delen twee activiteiten met jullie. Eén activiteit voor het hoofd en één voor de handen.

TIP 1 Maak je hoofd leeg: vergeten en bewaren

  1. Geef elk kind drie briefjes. Op één van de briefjes schrijven ze iets waar ze blij van werden uit de afgelopen periode. Op een ander briefje schrijven ze wat ze het vervelendst vonden aan de afgelopen periode. Op het derde briefje mogen ze iets bijzonders uit de afgelopen periode schrijven of iets wat ze zich afvragen.
  2. Nu gaan alle kinderen rondlopen. Als ze iemand anders tegenkomen, geven ze elkaar een high five en delen ze met elkaar wat op hun briefjes staat. Wat zijn overeenkomsten en wat zijn verschillen? Daarna zoeken ze een ander maatje.
  3. Laat iedereen weer zitten en vraag naar wat er veel voorkwam. Wat zouden de kinderen uit de afgelopen periode niet missen? Wat mag er wel weg? En wat was er eigenlijk (onverwacht misschien) heel leuk en zouden ze vaker of meer willen doen? 
  4. Deel samen de briefjes in:
    • Stapel voor de briefjes die weg mogen. Kras ze door, verscheur ze of bedenk een andere manier om hiervan af te komen.
    • Briefjes met dingen die je vaker wilt doen of waar je aan wilt blijven denken. Maak hier een plek voor in de klas.
    • Overige briefjes, zoals (nog) onbeantwoorde vragen of ideeën. Bewaar deze, maak er eventueel een plek voor in de klas en kijk of je antwoorden kunt vinden.

Naast het delen van ervaringen, zal er ook ruimte zijn voor wennen aan elkaar, groepsvorming en het maken van afspraken. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat kinderen op school heel regelmatig hun handen wassen. Met dit soort afspraken kun je ook heel praktisch aan de slag. Je kunt kinderen laten meedenken!

TIP 2 Lekker praktisch aan de slag: handen wassen

  1. Vertel de ontwerpvraag: Hoe kunnen we zorgen dat we onze handen genoeg wassen?
  2. Brainstorm klassikaal met elkaar. Laat de kinderen de eerste ideeën die bij hen opkomen vertellen. Schrijf en teken de ideeën op het bord.
  3. Zet daarna de inspiratiekaarten in. Lees de eerste inspiratiekaart voor: wat zou een brandweerman doen om te zorgen dat we onze handen genoeg wassen? Die zou misschien elk half uur het alarm van zijn brandweerwagen laten afgaan. Hoe kun je dat vertalen voor in de klas? Laat de kinderen met ideeën komen en zet daarna een volgende inspiratiekaart in.
  4. Kies samen een aantal haalbare, originele ideeën uit om daadwerkelijk toe te passen. Laat de kinderen met een paar tegelijk naar het bord komen en vraag ieder voor zich stippen te zetten bij twee ideeën. Je kunt ook stemmen met stembriefjes. Je kunt natuurlijk ook ideeën écht gaan maken en uitproberen! Deze uitwerkkaarten helpen om daarvoor samen een plan te maken.

Ontwerpen kan kinderen zo een gevoel van empowerment geven. Je kunt zelf iets doen aan een probleem. Ofwel door er oplossingen voor te verzinnen, ofwel – als ze buiten jouw controle vallen – door te kiezen hoe je er zelf mee omgaat.