ontwerpend leren

in de klas

 
 
 

Denk alle kanten op

Ontwerpvaardigheid uitgelicht! In deze rubriek zullen we alle zeven belangrijke vaardigheden uitdiepen, die kinderen ontwikkelen als ze ontwerpen. Vandaag: denk alle kanten op.

WAT BETEKENT ALLE KANTEN OP DENKEN?
Bij ontwerpen is het belangrijk dat je veel verschillende ideeën kunt verzinnen. Dat vergroot de kans op goede en originele ideeën enorm. Deze vaardigheid wordt ook wel divergent denken genoemd. Je kunt elk kind zoveel mogelijk ideeën laten verzinnen. Maar dat hoeft niet altijd: als je een groep kinderen elk één idee laat verzinnen, heb je samen ook veel ideeën. Wil je kinderen uitleggen wat deze ontwerpvaardigheid inhoudt? Download hier een beschrijving van ‘denk alle kanten op’ speciaal geschikt voor kinderen.

WAAROM ALLE KANTEN OP DENKEN?
Als eerste ingeving heb je bijna nooit een heel bijzonder idee. Dat gebeurt wél als je veel ideeën verzint. Doe dit experiment om duidelijk te maken aan kinderen waarom één idee verzinnen niet verstandig is:

Vertel de kinderen dat je een aantal vragen voor ze hebt. De antwoorden schrijven ze zo snel mogelijk op papier. Het geeft niks als antwoorden fout zijn. Vandaag is er geen goed en fout. Dit wordt niet nagekeken. Je kunt ook dit filmpje gebruiken.
Hoeveel is 7 + 4?
Hoeveel is 55 + 8?
Hoeveel is 16 + 22?
Hoeveel is 25 + 46?
Hoeveel is 123 + 8?
Hoeveel is 63 + 21?
Snel! Schrijf een gereedschap en een kleur op.

Waarschijnlijk zit er niet zo veel variatie in de antwoorden. Hamer is waarschijnlijk veel genoemd, net als rood of blauw (of de kleur van de pen, waarmee ze schrijven). Denk je dat kinderen dit experiment kennen, bijvoorbeeld uit het televisieprogramma Mindf*ck? Dan kun je gereedschap en kleur vervangen door fruit en meubel.

WAT HELPT OM ALLE KANTEN OP TE DENKEN?

  1. Start met een goede ontwerpvraag. Bij ‘Hoe kun je naar de overkant’ kun je veel meer verschillende ideeën verzinnen, dan bij ‘Ontwerp een brug’. 
  2. Maak je ontwerphersenen wakker met een energizer. Het verzinnen van ideeën komt minder goed of niet op gang als een energizer wordt overgeslagen. 
  3. Besteed aandacht aan de regels bij verzinnen. Schoolse regels, zoals eerst goed nadenken voor je iets zegt, niet na-apen en letten op je spelling werken bij ideeën verzinnen juist niet goed. Ze belemmeren de creativiteit. 
  4. Gebruik een werkvorm voor het verzinnen van ideeën. Een werkvorm helpt kinderen bij het verzinnen van ideeën.
  5. Zorg dat je ideeënstroom op gang houdt. Stimuleer kinderen zo om voorbij hun eerste idee te denken en steeds nieuwe ideeën te blijven verzinnen.

HOE OEFEN JE ALLE KANTEN OP DENKEN?

  • Oefen met veel ideeën verzinnen. Geef elk kind een blad met cirkels. Laat ze in drie minuten zoveel mogelijk verschillende dingen tekenen van die cirkels. Hoeveel verschillende dingen hebben ze getekend? Wie heeft iets dat iemand anders niet heeft? Heeft iemand cirkels gecombineerd? Herhaal deze oefening zo nu en dan. Bijvoorbeeld met vierkanten of driehoeken. Lukt het de kinderen om meer te verzinnen?
  • Oefen met denken in verschillende richtingen. Pak een rietje. Wat kun je allemaal met een rietje doen? Vraag de kinderen om zoveel mogelijk ideeën te verzinnen. Hoe meer ideeën je verzint, hoe ongewoner en leuker de toepassingen vaak worden. Je kunt er bijvoorbeeld mee blazen, rondjes mee stempelen of een mini-glijbaan voor mieren mee maken. Herhaal de oefening met andere materialen. Denk aan een gum, potlood, satéprikker, paperclip, vel papier, enzovoort.
  • Oefen met bijzondere combinaties maken. Pak random twee verschillende dingen uit de ruimte, bijvoorbeeld een gum en een lepel. Wat krijg je als je een gum combineert met een lepel? Verzin ideeën. Je krijgt bijvoorbeeld een kauwgum, waarmee je kunt gummen of een spelletje, waarbij je de gum met een lepel wegzwiept of een lepel die je na het eten op kunt eten, enzovoort. Herhaal dit telkens met twee andere dingen. Dit kan ook met kaartjes waarop dingen staan. Die vind je hier.  

MEER ONTWERPVAARDIGHEDEN?
Bestel hier de kaartenset Ontwerpen in Beeld met alle ontwerpvaardigheden én meer werkvormen om de ontwerpvaardigheden te ontwikkelen.